Rb. Zeeland-West-Brabant 15 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3667
Belanghebbende gebruikt bij het ontwerpen en produceren van transformatoren een bepaald soort olie. In geschil is of die olie is vrijgesteld van accijns en voorraadheffing. De rechtbank is van oordeel dat het “kennelijk niet bestemd”-criterium van artikel 64 van de Wet op de Accijns objectief uitgelegd dient te worden. Het daadwerkelijk gebruik van de olie door belanghebbende is niet van doorslaggevende betekenis. Vast staat dat de olie gebruikt kan worden als brandstof voor verwarmingen. Hierdoor is de vrijstelling niet van toepassing. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl