Rb. Zeeland-West-Brabant 30 mei 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3219

De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat 10 leerlingen zonder (tijdige) pro-indicatie praktijkonderwijs volgden. Deze leerlingen waren gelet op artikel 10g, tweede lid, van de WVO niet toegelaten omdat er niet voor 1 oktober 2013 een aanvraag bij het RVC was ingediend. Gelet op het bepaalde in artikel 7a, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO worden deze leerlingen niet meegeteld als leerling van een school voor praktijkonderwijs. De uitzondering van artikel 7a, tweede lid en tweede volzin, van het Bekostigingsbesluit is niet van toepassing. De staatssecretaris was derhalve gehouden om deze 10 leerlingen niet mee te tellen voor de bekostiging. Dat later alsnog een pro-indicatie is afgegeven door de RVC maakt het voorgaande niet anders. Het beroep van eiseres op de schending van het evenredig¬heids¬beginsel gaat niet op. Geen geslaagd beroep op de hardheidsclausule. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt evenmin.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken