Rb. Zeeland-West-Brabant 28 april 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:2947

Instellen mentorschap op verzoek betrokken persoon. De kantonrechter acht de verzochte beschermende maatregel passend. De kantonrechter heeft zich verder -in overeenstemming met artikel 1:452 lid 1 BW- vergewist van de bereidheid van de voorgestelde mentor om de taak van mentor op zich te nemen en hij heeft zich ook een oordeel gevormd over de geschiktheid van de -te benoemen- rechtspersoon. De kantonrechter legt -in overeenstemming met het landelijk beleid en op basis van artikel 1:459 lid 1 BW- aan deze professionele mentor de verplichting op dat zij jaarlijks een schriftelijke rapportage aan de kantonrechter overlegt. De kantonrechter benadrukt verder dat de mentor bij haar taakvervulling uit dient te gaan van de levensovertuiging, godsdienstige gezindheid en culturele achtergrond van betrokkene, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit Kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren. Voorts dient de mentor -waar nog mogelijk- de zelfredzaamheid van betrokkene te bevorderen (zie lid 2 van voorgaand artikel). De kantonrechter heeft ter zitting vastgesteld dat betrokkene wilsbekwaam is. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de inhoud van het overgelegde plan van aanpak. De kantonrechter heeft ter terechtzitting het belang benadrukt, dat de bij dit plan van aanpak betrokken partijen de wederzijds gemaakte afspraken ook daadwerkelijk nakomen. Waar nodig dient dit plan te worden bijgesteld/aangepast. De kantonrechter wijst op periodieke evaluatie van in te stellen beschermende maatregel. De kantonrechter stelt verder o.m. de jaarbeloning van de professionele mentor vast. De kantonrechter benadrukt voorts het belang van een goede communicatie tussen de eerder benoemde beschermingsbewindvoerder en de -te benoemen- mentor.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen