Rb. Zeeland-West-Brabant 21 maart 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:2119
Ontslag op staande voet wegens het wederom niet op het werk verschijnen, de ziekmelding via een App-bericht en het niet-bereikbaar zijn voor de werkgever. Werknemer is op een vrijdag niet verschenen op het werk en heeft zich niet ziek gemeld. Werknemer heeft zich na het weekeinde op maandag ziekgemeld met tekstbericht: “Ik ben ziek”. Werkgever heeft op de vrijdag en in het weekend meerdere malen tevergeefs contact proberen te krijgen met werknemer en heeft op het woonadres aangebeld. Ook op de dag van de ziekmelding en de daarop volgende dag heeft werkgever geen contact met werknemer kunnen krijgen. Ontslag op staande voet wordt gegeven op de maandag. Werknemer verklaart dat hij die vrijdag na een doorwaakte nacht overdag in slaap is gevallen en zich daarom niet heeft kunnen ziekmelden. Hij is gewoon thuis geweest en heeft niemand horen aanbellen. Zijn telefoon, nadat hij het bericht had verzonden, werkte niet meer, zodat hij ook de oproepen daarop niet kon beantwoorden. Kantonrechter is van oordeel dat werkgever op goede gronden tot ontslag op staande voet heeft besloten. Bijzonder verwijt aan de werknemer om zich niet bereikbaar te houden. Geen transitievergoeding. Tevens voorwaardelijk ontbindingsverzoek van de werkgever. Op grond van het zelfde feitencomplex als bij de beoordeling van het ontslag op staande voet, oordeelt de kantonrechter dat werknemer verwijtbaar heeft gehandeld (de e-grond) en ontbindt de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b, lid 1 onder a BW, in verbinding met lid 8 onder a, op 1 april 2016.
De uitspraak op rechtspraak.nl