Rb. Zeeland-West-Brabant 22 maart 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:1974

omzetbelasting zonnepanelen Het verzoek tot teruggave van omzetbelasting is niet tijdig, want buiten de termijn van artikel 31, tweede en vijfde lid, van de Wet OB 1968, gedaan. Het Fuchs-arrest heeft weliswaar terugwerkende kracht, maar dat doet er niet aan af dat het verzoek tijdig moet worden gedaan. Noch de omstandigheid dat de staatssecretaris van Financiën niet eerder duidelijkheid heeft gegeven over de effecten van het Fuchs-arrest noch de omstandigheid dat belanghebbende (daarom) eerder geen reden zag om een verzoek te doen, maakt de overschrijding van de verzoektermijn verschoonbaar. De vraag of de staatssecretaris in het kader van zijn beleid inzake ambtshalve teruggave het Fuchs-arrest ten onrechte heeft aangemerkt als nieuwe rechtspraak, staat niet ter toets van de belastingrechter. Het beroep op het arrest Salomie kan belanghebbende ook niet baten, nu die zaak niet een vervaltermijn betrof en het vaste jurisprudentie is van het HvJ EU dat de lidstaten een vervaltermijn mogen hanteren voor het uitoefenen van het recht op aftrek van voorbelasting. De onderhavige vervaltermijn biedt voldoende ruimte om de aftrek te effectueren. Het verzoek is terecht afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken