Rb. Zeeland-West-Brabant 21 maart 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:1576
Verdachte wordt beschuldigd van jarenlange mishandeling van zijn echtgenote en twee kinderen. Het verweer dat de verklaringen niet voor het bewijs mogen worden gebruikt omdat deze onder zodanige emoties en psychische nood zijn afgelegd, dat ze onbetrouwbaar zijn, wordt verworpen. Het onderscheid tussen een verklaring afgelegd als aangever en als getuige is in dit geval niet te maken en ook niet van belang. De diverse afgelegde verklaringen vinden voldoende steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht vier concrete mishandelingen bewezen en veroordeelt verdachte daarvoor tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met als voorwaarde voortzetting van de behandeling bij de GGZ.
De uitspraak op rechtspraak.nl