Rb. Zeeland-West-Brabant 12 januari 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:110
Aan belanghebbende is een aanslag gebruiksretributie zoetwatervoorziening opgelegd. Voor het daadwerkelijke gebruik van het zoete water is een vergunning vereist, ter zake waarvan geen leges worden geheven. Naar het oordeel van de rechtbank is het in de Verordening gedefinieerde gebruik, te weten ‘het nut van het stelsel van voorzieningen als inlaat- en meetmiddelen, filtersystemen, gemalen, stuwen en leidingen ten behoeve van de aan- en doorvoer van zoetwater in het watersysteem’, geen ‘gebruik’ in de zin van artikel 115 van de Waterschapswet. De Verordening is onverbindend.
De uitspraak op rechtspraak.nl