Rb. Zeeland-West-Brabant 1 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7643

Aan belanghebbende zijn aanslagen gemeentelijke- en waterschapsheffingen opgelegd, welke vervolgens door een systeemfout zijn verminderd naar nihil, waarna opnieuw aanslagen zijn opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een tweede aanslag niet mogelijk is, maar dat de aanslagen wel in stand kunnen blijven als navorderingsaanslagen, omdat aan de voorwaarden voor navordering is voldaan. Weliswaar is de systeemfout hier opgetreden ná het vaststellen van de aanslagen, maar gelet op de wetsgeschiedenis betreffende het eerste lid van artikel 16 van de AWR – waaruit is af te leiden dat onder ‘een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld’ ook moet worden begrepen een aanslag die ten onrechte verminderd is tot nihil – is hier toch sprake van een fout in de zin van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de AWR. De rechtbank vernietigt vervolgens wel de aanslagen gebruikersheffingen, omdat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van gebruik in de zin van de betreffende verordeningen. Daaraan doet niet af dat belanghebbende – die eigenaar was van de woning maar daarin niet meer woonde – wel de beschikking had over de woning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken