Rb. Zeeland-West-Brabant 4 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:701

Heffing- en premieplicht. Grensoverschrijdende situatie. Belanghebbende woont in Antwerpen en houdt alle aandelen in een in Nederland gevestigde BV. De BV heeft in de jaren 2007 tot en met 2009 salaris aan belanghebbende uitbetaald. Vaststaat dat belanghebbende zowel in Nederland als in België werkzaamheden heeft verricht. Belanghebbende heeft in de onderhavige jaren geen aangiften IB/PVV ingediend, hetgeen op basis van artikel 27e van de AWR leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende heeft niet aangetoond dat de uitspraken op bezwaar onjuist zijn. De inspecteur kon op basis van nationale wetgeving en het Belastingverdrag tussen België en Nederland er in alle redelijkheid vanuit gaan dat de betalingen door de BV betrekking hadden op uitoefening van de dienstbetrekking voor de BV in Nederland. Dit temeer nu belanghebbende niets heeft aangedragen waaruit zou blijken waar de dienstbetrekking feitelijk is uitgeoefend. Dit rechtvaardigt eveneens de heffing van premies volksverzekeringen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken