Rb. Zeeland-West-Brabant 15 juni 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:4023
Belanghebbende, een Belgische vennootschap, laat haar Belgische werknemers werkzaamheden verrichten in Nederland voor een Nederlandse vennootschap. De rechtbank oordeelt dat sprake is van werkzaamheden als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel b, van de Wet LB. Op grond daarvan had belanghebbende voor de uitoefening van haar bedrijf een fictieve vaste inrichting in Nederland en is zij fictief inhoudingsplichtige. Nederland is in de verhouding met België ook bevoegd te heffen, omdat de Nederlandse vennootschap met betrekking tot de in Nederland verrichte werkzaamheden kan worden aangemerkt als de materiële werkgever van de werknemers van belanghebbende. Het in artikel 26b van de Wet LB voorgeschreven anoniementarief is terecht toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl