Rb. Zeeland-West-Brabant 17 juni 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:3917
effectenlease - waiverzaak – wel belang, dus ontvankelijk – doorbreking verjaringsregeling massaschade - uitgestelde werking ex art. 73 Ow. van wetswijziging verjaringstermijn - vordering afgewezen. Dexia heeft geen recht om voor gedaagde de rechtsgrond van diens vordering te formuleren en te bepalen waar gedaagde aanspraak op mag maken. Ook de rechter mag daartoe niet overgaan, gelet op het beginsel van de autonomie van procespartijen. Zolang gedaagde zijn vordering uitdrukkelijk niet ter beoordeling aan de rechter wenst voor te leggen is de beoordeling van een eventuele verjaring en/of stuiting daarvan in dit geding niet goed mogelijk. Dexia wil gedaagde zijn vordering ontnemen, hetgeen neerkomt op een doorbreking van de verjaringsregeling. Voor een doorbreking is in ieder geval geen aanleiding gedurende de eerste korte verjaringstermijn van vijf jaren. Na stuiting is de verjaringstermijn door wetswijziging verkort tot twee jaren. Ex art. 73 Ow. is de nieuwe verjaringstermijn tot 1 juli 2014 niet voltooid. Ook na de eerste stuiting is doorbreking van de verjaringsregeling niet aan de orde.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 24 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 25 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 68 Overgangswet NBW
- Artikel 68a Overgangswet NBW
- Artikel 73 Overgangswet NBW
- Artikel 7:907 BW7
- Artikel 7:908 BW7
- Artikel 3:13 BW3
- Artikel 3:302 BW3
- Artikel 3:303 BW3
- Artikel 3:322 BW3
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden