Rb. Zeeland-West-Brabant 9 april 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2920
Proefprocedure: Motorrijtuigenbelasting – oldtimerregeling (art. 72 Wet MRB) De rechtbank oordeelt dat een beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod in de zin van artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM, hier niet slaagt. Gelet op de wetsgeschiedenis van de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting heeft de wetgever juist met het oog op de “echte” oldtimerliefhebber die hun motorrijtuig hobbymatig gebruiken een overgangsmaatregel getroffen. Deze keuze van de wetgever valt naar het oordeel van de rechtbank binnen de voor de wetgever geldende ruime beoordelingsvrijheid. Verder oordeelt de rechtbank dat met de verhoging van de leeftijdsgrens naar 40 jaar de wetgever niet getreden is buiten de ruime beoordelingsmarge die hem toekomt onder artikel 1 van het EP. Immers de wetgever beoogt - gelet op de toename van het aantal oldtimers door de jaren heen - met de wetswijziging een verdere toename van de import van (jonge) onzuinige en vervuilende oldtimers te beperken. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat niet kan worden gezegd dat de gehanteerde uitgangspunten (veronderstellingen) van de fiscale wetgever tot aanscherping van de leeftijdsgrens van oldtimers van redelijke grond is ontbloot. De gewijzigde regeling heeft in het onderhavige geval niet geleid tot een dusdanige belastingheffing dat sprake is van een ‘excessive burden’.
De uitspraak op rechtspraak.nl