Rb. Zeeland-West-Brabant 23 april 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2612

Provinciale opcenten motorrijtuigenbelasting: onverbindend voor niet-inwoners van Nederland Artikel 222a, vierde lid, van de Provinciewet bepaalt dat houders van motorrijtuigen die niet in Nederland wonen maar wel aan de heffing van motorrijtuigenbelasting zijn onderworpen, voor de heffing van opcenten geacht te wonen in de provincie die het hoogste aantal opcenten heft. Dat betekent dat belanghebbende, omdat hij in het buitenland woont, in het algemeen meer motorrijtuigenbelasting zal betalen dan inwoners van Nederland. Voor het zwaarder belasten van niet-inwoners bestaat geen objectieve rechtvaardiging. De heffing is strijdig met het VwEU en daardoor onverbindend. De rechtbank oordeelt dat uit het stelsel van de wet, de daarin geregelde gevallen en de daaraan ten grondslag liggende beginselen of wetsgeschiedenis onvoldoende duidelijk is af te leiden op welke wijze dit gebrek is te herstellen. Die keuze is aan de wetgever voorbehouden. Naheffingsaanslag wordt vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen