Rb. Zeeland-West-Brabant 4 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:2460
De vrouw verzoekt de geboorteakte van de minderjarige aldus te verbeteren dat de vadergegevens van de akte worden verwijderd. Vrouw stelt primair dat het in Somalië gesloten huwelijk niet voor erkenning in aanmerking komt, en subsidiair dat het huwelijk reeds door verstoting is beëindigd. Daarnaast stelt vrouw dat artikel 10:92 BW een lex specialis is van artikel 10:17 BW. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft bezwaar tegen het verzoek van de vrouw. De rechtbank overweegt dat voldoende is komen vast te staan dat het huwelijk tussen partijen is gesloten volgens de in Somalië geldende plaatselijke voorschriften, zodat dit huwelijk voor erkenning in aanmerking komt. Voorts oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van een verstoting die voldoet aan de eisen van 10:58 BW. Ten aanzien van de afstamming van de minderjarige overweegt de rechtbank dat uit de memorie van toelichting inzake de vaststelling en invoering van boek 10 van het BW blijkt dat er geen rangorde is in de artikelen die in boek 10 BW staan vermeld. Derhalve is 10:92 BW geen lex specialis van 10:17 BW. Met in achtneming van de asielstatus die de vrouw ten tijde van de geboorte had, is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is op de afstamming. Het verzoek van de vrouw tot verbetering van de geboorteakte wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl