Rb. Zeeland-West-Brabant 23 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:1012

CZ Zorgkantoor weigert vanaf 1 januari 2015 nieuwe aanvragen voor een PGB (persoonsgebonden budget) en is voornemens lopende PGB’s per 1 april 2015 in te trekken voor PGB-cliënten aan wie SZH zorg verleent. CZ Zorgkantoor heeft het ernstige vermoeden dat de door haar ter beschikking gestelde PGB’s door SZH onjuist worden besteed en dat SZH geen goede zorg levert en/of zorg waarvoor het PGB niet is bedoeld. De feiten waarop CZ Zorgkantoor die ernstige vermoedens heeft gebaseerd zijn voldoende onderbouwd, onder meer door het overleggen van een conceptrapportage die goed is gedocumenteerd. De voorzieningenrechter concludeert dat voor de besluiten van CZ Zorgkantoor formeel een wettelijke grondslag bestaat en bij de huidige stand van zaken ook inhoudelijk aannemelijk is dat de besluiten in een eventuele bestuursrechtelijke procedure zullen standhouden. Anders dan SZH is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat op dit moment niet kan worden geoordeeld dat CZ Zorgkantoor onrechtmatig jegens SZH handelt door structureel te weigeren PGB-aanvragen te honoreren, of PGB’s in te trekken. Een belangenafweging valt in het voordeel van CZ Zorgkantoor uit, nu het financiële belang van SZH niet opweegt tegen het belang van CZ Zorgkantoor om te voorkomen dat de uit algemene gelden ter beschikking gestelde PGB’s onjuist worden besteed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken