Rb. Zeeland-West-Brabant 9 januari 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:99
WAV-boete, motivering, verbod willekeur. Wijziging maakt standaardtekst voor TWV minder eenduidig. Gelet op daardoor verminderde verwijtbaarheid en het uiterst geringe belang van de arbeid is matiging boete tot ten hoogste 25% van normbedrag gerechtvaardigd waar het controlesysteem van eiseres in het algemeen goed functioneert en aan alle overige administratieve en fiscale vereisten is voldaan. Matiging tot € 4.000,- is dan geen proportioneel redelijk resultaat. Vernietiging. Vreemdeling met een zogeheten geprivilegieerde ID kaart, waarop, net als bij een Nederlander, geen aantekening staat omtrent het recht om arbeid te verrichten is vrij uitzonderlijk. Eiseres had controle in beginsel op orde en ook de Minister was dat privilege niet aanstonds duidelijk nu deze zich hieromtrent eerst schriftelijk tot het Ministerie van Buitenlandse Zaken moest wenden. Met de aard en geringe omvang van de verrichte werkzaamheden, had die omstandigheid aanleiding moeten zijn te matigen tot ten hoogste 50% van het normbedrag. Het tevens opleggen van een boete aan opdrachtgever Wegener kan niet buiten beschouwing blijven. De rechter moet ook kunnen nagaan of de Minister zijn bevoegdheid consistent en niet willekeurig uitoefent. Als bij overtreding van artikel 2 Wav meerdere werkgevers in één keten worden beboet, moet de Minister inzichtelijk maken hoe en waarom hij die bevoegdheid gebruikt. (Zie bijv. ABRvS 21 augustus 2013, ECLI:NL:RVS2013:815).
De uitspraak op rechtspraak.nl