Rb. Zeeland-West-Brabant 15 december 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:9409

Verzoek verbetering geboorteakte op grond van artikel 1:24 BW, in die zin dat de erkenning wordt doorgehaald, omdat de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige met een andere man was gehuwd, en toevoeging van de vadergegevens van die echtgenoot op de akte. Gevolgen voor de naam van de minderjarige; er wordt een voorlopige geslachtsnaam vastgesteld. Beoordeling van het toepasselijk recht in verband met de Somalische afkomst van betrokkenen. In dit verband wordt beoordeeld of het in Somalië gesloten huwelijk van de moeder en de echtgenoot in Nederland voor erkenning in aanmerking komt (artikel 10:31 BW). Het toepasselijk recht op de afstammingsrelatie tussen de echtgenoot van de moeder en het kind wordt beoordeeld aan de hand van artikel 10:92 BW. Gelet op de asielstatus van de moeder (artikel 10:17 BW) en het feit dat een gemeenschappelijke verblijfplaats van de moeder en de echtgenoot ontbreekt, is Nederlands recht van toepassing op de afstamming. Echtgenoot is juridisch vader. Toewijzing van het verzoek tot opneming vadergegevens echtgenoot. Voorts wordt beoordeeld of de erkenning van de minderjarige door de man moet worden doorgehaald. Beoordeling toepasselijk recht op grond van artikel 10:95 en 10:96 BW. Nederlands recht is van toepassing. De erkenning is nietig nu er reeds twee ouders zijn (artikel 1:204 lid 1 onder f BW). Toewijzing verzoek tot doorhaling van de erkenning. Vervolgens wordt beoordeeld welke consequenties het voorgaande heeft voor de naam van de minderjarige ten tijde van zijn geboorte. Beoordeling toepasselijk recht (artikel 10:19 en 10:20 BW). Het kind ontleent naar Somalisch recht vermoedelijk niet de Somalische nationaliteit aan een van de betrokkenen, zodat het kind staatloos is ten tijde van zijn geboorte. Aldus is Nederlands recht van toepassing op de naam van het kind. De moeder en de echtgenoot voeren echter een namenreeks en het kind kan naar Nederlands namenrecht geen geslachtsnaam aan zijn ouders ontlenen wanneer de ouders een namenreeks hebben. De rechtbank is van oordeel dat de minderjarige recht heeft op een naam, waaronder is begrepen een geslachtsnaam. Met analoge toepassing van artikel 1:5 lid 10 BW wordt een voorlopige geslachtsnaam voor de minderjarige bepaald. De bezwaren van de ambtenaar van de burgerlijke stand tegen het hanteren van een voorlopige geslachtsnaam worden gepasseerd. Het belang van de minderjarige dient te prevaleren. Gelet op de omstandigheden, acht de rechtbank het in het belang van het kind om, overeenkomstig de wens van de moeder, de voorlopige geslachtsnaam te ontlenen aan de erkenner, en niet aan een van de juridisch ouders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen