Rb. Zeeland-West-Brabant 6 februari 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:881

Wet BPM. Belanghebbende is sinds 2008 houder van een bestelauto, die hij least (financial lease) van een leasemaatschappij. Hij heeft toen een beroep gedaan op een vrijstelling van BPM. Op 1 juli 2012 draagt belanghebbende zijn onderneming, inclusief het gebruik van de bestelauto, over aan X. Het wijzigen van de tenaamstelling vindt pas - door toedoen van de leasemaatschappij - plaats per 26 maart 2013. De inspecteur legt aan belanghebbende een naheffingsaanslag BPM op. Uit de tekst van artikel 13a lid 4 Wet BPM en artikel 1a aanhef van het Uitvoeringsbesluit volgt dat de wetgever voor de vrijstellings- en doorschuifregeling expliciet heeft aangesloten bij de tenaamstelling van de bestelauto. Nu belanghebbende vanaf 1 juli 2012 geen ondernemer meer was en pas op 26 maart 2013 de tenaamstelling in het kentekenregister is gewijzigd, is vanaf 1 juli 2012 niet langer voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 13a lid 1 Wet BPM. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen