Rb. Zeeland-West-Brabant 6 januari 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:771

Toewijzing gerechtelijke vaststelling vaderschap en gezamenlijk gezag, alsmede vaststelling van een voorlopige geslachtsnaam. De Staatssecretaris van justitie heeft bij beschikking vastgesteld dat ten aanzien van een door de moeder overgelegde huwelijksakte niet met zekerheid is vast te stellen dat het document en de daarop vermelde personalia ook daadwerkelijk aan haar toebehoren en dat niet gebleken is van overige stukken die het standpunt van de moeder ten aanzien van haar huwelijk ondersteunen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de moeder op het tijdstip van de geboorte van de minderjarige ongehuwd was en er aldus geen huwelijks vaderschap is ontstaan. De minderjarige kan geen geslachtsnaam aan zijn ouders ontlenen, omdat bij hen beiden sprake is van een namenreeks. De rechtbank is van oordeel dat de minderjarige evenwel op grond van artikel 7 IVRK en 8 EVRM recht heeft op een voornaam en een geslachtsnaam. Analoge toepassing artikel 1:5, tiende lid, BW. Vaststelling van een voorlopige geslachtsnaam in het belang van de minderjarige prevaleert boven het belang van de Nederlandse staat bij deugdelijke registers van de burgerlijke stand en de eventuele onwenselijke gevolgen van de toekenning van een voorlopige geslachtsnaam.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen