Rb. Zeeland-West-Brabant 30 oktober 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:7471

Belanghebbende verhuurt in 2009 een onroerende zaak als bedrijfsruimte. De onroerende zaak (eerst een woning) wordt verbouwd. Hierbij zijn de voorzieningen voor de badkamers en (gedeelte van) de keuken in voorbereiding gebleven. Belanghebbende verkoopt deze onroerende zaak en koopt hem in juli 2013 weer terug. In geschil is of er sprake is van een woning in de zin van artikel 14, lid 2 Wet op belastingen van rechtsverkeer? De rechtbank is van oordeel dat de onroerende zaak niet als woning kan worden aangemerkt nu deze verbouwd is tot kantoor en vanaf 1 april 2009 ook als zodanig in gebruik is. Bovendien heeft de gemeente een tijdelijke vrijstelling van de bestemming “wonen” afgegeven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen