Rb. Zeeland-West-Brabant 29 oktober 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:7380

Eiser heeft landbouwgrond verkocht aan de gemeente Middelburg. De koopovereenkomst hield onder andere in dat de gemeente zich zou inspannen om, indien aan de in de overeenkomst daaraan gestelde voorwaarden zou zijn voldaan, eiser de mogelijkheid te bieden woningen te realiseren op de landbouwgrond die bij eiser in eigendom bleef. Op de door eiser aan de gemeente verkochte landbouwgrond, grenzend aan zijn huiskavel, zijn en worden infrastructurele werkzaamheden uitgevoerd en (deels) woningen gerealiseerd. Eiser stelt dat de gemeente toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de overeenkomst en dat gedaagden onrechtmatig jegens eiser hebben gehandeld. Eiser vordert de gemeente te veroordelen tot nakoming en voorts gedaagden te veroordelen de werkzaamheden stop te zetten en gedaagden te veroordelen tot het (deels) ongedaan maken van de verrichte werken en tot schadevergoeding nader op te maken bij staat. Eiser stelt daartoe dat hij als gevolg van de werkzaamheden waaronder het ophogen van de omliggende aan zijn huiskavel grenzende gronden, wateroverlast ondervindt. De omliggende percelen wateren daardoor, anders dan voorheen, af op zijn huiskavel. Daarnaast stelt hij schade te ondervinden aan zijn gebouwen als gevolg van het graven van sloten op korte afstand van de gebouwen. De rechtbank heeft de vordering van eiser de gemeente te veroordelen tot nakoming afgewezen omdat eiser niet heeft voldaan aan de voorwaarden die in de overeenkomst waren gesteld met betrekking tot de mogelijkheid te komen tot woningbouw op de aan eiser in eigendom toebehorende gronden. De rechtbank heeft de vorderingen voor zover gegrond op de volgens eiser als gevolg van onrechtmatig handelen ontstane wateroverlast afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat sprake is van wateroverlast zodanig dat die door eiser niet behoefte te worden geduld en maatregelen noodzakelijk zijn. Wat betreft de bewijslast is door de rechtbank overwogen dat voor het toepassen van de omkeringsregel geen plaats. Aan de beoordeling van de omstandigheid of de wateroverlast wordt veroorzaakt door handelingen (in) opdracht van gedaagden(n), en of als gevolg daarvan door eiser schade is geleden en of de gevorderde maatregelen tot beëindiging van de gestelde wateroverlast zullen leiden komt de rechtbank niet toe. Dat geldt ook voor wat betreft overtreding door gedaagde van in het vonnis onder rechtsoverweging 4.4. genoemde wettelijke bepalingen. Ook schade door trillingen als gevolg van op aangrenzende percelen verrichte (graaf)werkzaamheden is niet komen vast te staan. Van een door de rechtbank op verzoek van eiser gelast voorlopig deskundigenonderzoek heeft eiser (voorlopig) afgezien. Ook op dit punt is voor omkering van de bewijslast geen plaats. Voor zover de vorderingen zien op het stopzetten van werkzaamheden en schadevergoeding voor schade als gevolg van door onrechtmatig handelen veroorzaakte trillingen worden ook die afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen