Rb. Zeeland-West-Brabant 3 september 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:7358

schadevergoeding wegens oneerlijke handelspraktijk bij verkoop financieel product – art. 6:193a BW art. 6:139j lid 2 BW – art. 4:73, lid 4 Wft, 4:19 lid 2 Wft Gedaagde, een financieel adviesbureau, heeft een beleggingsproduct aan eiseres, een consument, verkocht als een spaarproduct. De aanbieder van het product wordt gezocht voor fraude en de ingelegde gelden zijn verdwenen. Na tussenvonnis stelt eiseres dat de primaire grondslag van haar vordering de oneerlijke/misleidende handelspraktijk is en de subsidiaire grondslag de agressieve handelspraktijk. In de eigen reclamefolder van het adviesbureau stonden onjuiste mededelingen, namelijk dat het een spaarproduct zou zijn en dat het depositogarantiestelsel van toepassing zou zijn. Het adviesbureau beroept zich erop dat zij niet zelf de inhoud van de reclamefolder heeft bepaald. Dat argument wordt verworpen, omdat de consument dat niet heeft kunnen weten. De regeling van oneerlijke handelspraktijken in boek 6, titel 3, afdeling 3A BW behoort overeenkomstig de Europese richtlijn zo te worden uitgelegd, dat de aansprakelijkheid van de handelaar wegens een onjuiste/misleidende mededeling niet vervalt, wanneer het de consument niet bekend is geweest of bekend behoorde te zijn, dat de handelaar de inhoud van die mededeling niet zelf heeft bepaald of doen bepalen. Een andere uitleg zou de consumentenbescherming die met de richtlijn is beoogd, zozeer beperken dat zulks de bedoeling niet kan zijn. Voorop staat dat de consument teneinde een geïnformeerd besluit te kunnen nemen erop moet kunnen vertrouwen dat mededelingen van de handelaar juist zijn en niet misleidend. In dit geval gaat het niet om overdrijvingen of uitspraken die in het kader van een reclame-uiting niet letterlijk dienen te worden genomen: een garantiestelsel is van toepassing of is het niet. Het adviesbureau wordt in de schade van de consument veroordeeld. Causaal verband wordt aangenomen, aangezien een bemiddelaar die met professionele toewijding een onderzoek naar het financiële product had uitgevoerd, aanstonds zou hebben vastgesteld dat dit geen spaarproduct is maar een beleggingsproduct en waarschijnlijk ook dat een garantiestelsel niet van toepassing is. Het is passend en billijk dat de onzekerheid of er misschien nog geld wordt aangetroffen en gerestitueerd, door het adviesbureau wordt gedragen. In het onwaarschijnlijke geval dat de consument een restitutie zal ontvangen, is zij verplicht die aan het adviesbureau af te dragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen