Rb. Zeeland-West-Brabant 4 september 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:6370

Aansprakelijkstelling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de ontvanger voldoende aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag ten name van de uitlener tijdig is opgelegd. Verder is gesteld noch gebleken dat de ontvanger getalmd heeft met de aansprakelijkstelling van belanghebbende als inlener. Daarnaast is belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank terecht aansprakelijk gesteld voor (een deel van de) niet-betaalde loonbelastingschulden van de uitlener en is het anoniementarief terecht toegepast. Voorts komt belanghebbende niet in aanmerking voor een vermindering van de aansprakelijkstelling en was de ontvanger op grond van de Leidraad niet gehouden deze te baseren op een lager tarief dan het tarief voor anonieme werknemers. Immers, belanghebbende heeft niet voldaan aan de (cumulatieve) voorwaarde dat zij de identiteit van de werknemers op deugdelijke wijze heeft aangetoond. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen