Rb. Zeeland-West-Brabant 28 mei 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:6270

Huur woonruimte. Verjaring. Eiser stelt eerst onlangs bekend te zijn geworden met het bestaan van zijn vordering uit onverschuldigde betaalde huur. Voor de aanvang van een verjaringstermijn is subjectieve bekendheid vereist, maar die bekendheid betreft slechts de feiten. In dit geval was eiser reeds van begin af aan met die feiten bekend. Voor de aanvang van een verjaringstermijn is het niet relevant of de schuldeiser de hem bekende feiten juridisch beoordeelt, dan wel met de juridische beoordeling van die feiten bekend is. (naar analogie van HR 26 nov. 2004, NJ 2006,115 en HR 5 jan. 2007 NJ 20078/320) Het beroep op verjaring slaagt. Door de verjaring van de rechtsvordering is de onderliggende verbintenis teniet gegaan. Dat volgt uit art. 3:304 BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen