Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juni 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:4629
Algemene compensatieregeling; toepassing 30%-regeling Belanghebbende woont in Nederland en werkt voor zijn Belgische werkgever zowel in Nederland als in België. De werkgever beschikt over een vaste inrichting in Nederland. Aan belanghebbende is een beschikking toepassing 30%-regeling afgegeven. Belanghebbende is met zijn werkgever voor de in België te werken dagen geen vergoeding van extraterritoriale kosten afzonderlijk van het loon overeengekomen. In geschil is of voor de berekening van de algemene compensatie het Belgische loon bepaald dient te worden met toepassing van de 30%-regeling. De rechtbank oordeelt dat nu feitelijk geen vergoeding voor extraterritoriale kosten is overeengekomen voor het Belgische loon, voor de berekening van de algemene compensatie moet worden uitgegaan van het Belgische loon zonder splitsing van het loon in een deel loon en een deel vrije vergoeding, dus zonder toepassing van de 30%-regeling. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl