Rb. Zeeland-West-Brabant 20 februari 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:3620

De ontvanger heeft belanghebbende een termijn van twee dagen geboden om te worden gehoord. De rechtbank oordeelt deze termijn onredelijk kort, zodat belanghebbende de reële mogelijkheid is onthouden om gehoord te worden. Op verzoek van belanghebbende voorziet de rechtbank zelf in de zaak. Belanghebbende is ook na zijn uitschrijving in het Handelsregister als bestuurder bemoeienis met de dagelijkse gang van zaken bij de BV blijven houden. Hij is terecht als feitelijke bestuurder aansprakelijk gesteld voor de onbetaald gebleven belastingschulden van de BV. Omdat de ontvanger bij nader inzien van mening is dat belanghebbende ten onrechte ook aansprakelijk is gesteld voor de kosten en invorderingsrente, is het beroep gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken