Rb. Zeeland-West-Brabant 20 maart 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:1975
Bewindvoerders vragen machtiging om namens rechthebbende de (positieve) nalatenschap van zijn overleden echtgenote te mogen verwerpen. Reden voor het verzoek is dat het vermogen van de rechthebbende bij aanvaarding van de nalatenschap zal stijgen waardoor zijn eigen bijdrage voor de AWBZ-zorg aanzienlijk zal stijgen. Hoewel de kantonrechter een schenkingsverzoek met een dergelijke motivatie doorgaans afwijst, wijst hij het onderhavige verzoek wel toe. De bewindvoerders hebben aannemelijk gemaakt dat het de wens van zowel de erflaatster als van de rechthebbende was om ervoor te zorgen dat de materiële en fiscale mogelijkheden zo goed mogelijk zullen worden benut om de langstlevende echtgenoot en de kinderen (de bewindvoerders) zo verzorgd mogelijk achter te laten. Zij hebben willen voorkomen dat hun vermogen (grotendeels) zou worden besteed aan door een zorginstelling verstrekte zorg. Om dit te bereiken hebben de erflaatster en de rechthebbende, toen zij nog in staat waren hun wil te bepalen, testamenten en volmachten opgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl