Rb. Zeeland-West-Brabant 20 maart 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:1636

Poging tot doodslag, gevolgd van poging diefstal (288). De rechtbank overweegt dat de uiteenlopende verklaringen van verdachte geen grond kunnen vormen voor de beoordeling van het opzet van aangeefster op welk strafbaar feit dan ook. De rechtbank zal zich met betrekking tot het opzet daarom met name baseren op de aangifte en de uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen van verdachte. Uit de feitenvaststelling volgt dat verdachte op 18 en 19 april 2013 geld nodig had. Op 18 april 2013 is zij de woning van aangeefster zonder haar uitdrukkelijke instemming binnen gegaan en heeft daar rond gekeken. Zij is op 19 april ’s ochtends met een deels gevulde glazen fles naar de woning van aangeefster gegaan, heeft de fles bij de woning neergezet toen aangeefster niet thuis bleek te zijn, is later op de dag naar de woning van aangeefster teruggekeerd en heeft aangeefster bij binnenkomst in de woning vrijwel meteen hard en meermaals op het hoofd geslagen met die fles terwijl zij om geld riep. Nadat aangeefster was gevallen en verdachte was gestopt met slaan, is zij door de woning van aangeefster gelopen en heeft zij in lades, kasten en de tas van aangeefster gezocht. Uit deze omstandigheden en handelingen leidt de rechtbank af dat verdachte het oogmerk had om van aangeefster geld te verkrijgen en daartoe geweld te gebruiken. Over dit toegepaste geweld overweegt de rechtbank als volgt. Gezien de uiterlijke verschijningsvorm - het aantal malen dat verdachte heeft geslagen, het voorwerp en de kracht waarmee zij heeft geslagen en de plaats waar zij aangeefster heeft geraakt, te weten het hoofd -, alsmede gelet op de leeftijd van aangeefster, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster door haar handelen zou komen te overlijden, zodat de rechtbank het (voorwaardelijk) opzet op de dood van aangeefster wettig en overtuigend bewezen acht. Artikel 288 Sr vormt een gekwalificeerde specialis ten opzichte van de generalis artikel 287 Sr. Gelet op artikel 55, tweede lid, Sr kwalificeert de rechtbank het bewezenverklaarde enkelvoudig als art. 288 Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen