Rb. Zeeland-West-Brabant 21 februari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:CA2461

Belanghebbende is in 2008 verdachte geweest in een strafrechtelijk onderzoek. De strafkamer van de rechtbank heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Voor de rechtbank was namelijk vast komen te staan dat door toedoen van twee verbalisanten, het proces-verbaal van het verhoor van de verdachte niet volledig overeenkwam met de werkelijkheid. Volgens de strafkamer van de rechtbank was hierdoor het gehele onderzoek besmet. Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen opgelegd over de jaren 2006, 2007 en 2008, waarbij de inspecteur zich heeft gebaseerd op het strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van de processen-verbaal waar de twee betreffende verbalisanten bij betrokken waren - met uitzondering van de processen-verbaal die enkel zien op financiële uitgaven van belanghebbende bij derden- zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dat als ontoelaatbaar moet worden geacht. De rechtbank ziet geen belemmering in het gebruik van de overige bewijsstukken uit het strafrechtelijk dossier.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen