Rb. Zeeland-West-Brabant 11 april 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ7214
Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest voor het aanwezig hebben van 1000 gram amfetamine en het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen ten aanzien van Opiumwetfeiten. Niet is gebleken dat de observaties onrechtmatig, onbetrouwbaar of ondeugdelijk zijn. De observaties konden daarom door het Openbaar Ministerie worden gebruikt ter onderbouwing van het redelijk vermoeden dat op het perceel van verdachte de Opiumwet werd overtreden. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat het ingezette peilbaken niet rechtmatig zou zijn gebruikt, hetgeen tot bewijsuitsluiting van de gegenereerde gegevens zou moeten leiden. Niet is gebleken dat verdachte feitelijk het object is geweest van de observatie. Voor zover al sprake zou zijn van een vormverzuim bij het gebruik van het peilbaken, is de rechtbank van oordeel dat dit in ieder geval niet jegens verdachte is begaan. Het gevoerde Salduz-verweer wordt eveneens verworpen. Verdachte wordt vrijgesproken van overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën omdat niet kan worden uitgesloten dat verdachte eindgebruiker van de chemicaliën is geweest, waardoor hij niet onder het begrip marktdeelnemer valt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10 Sr
- Artikel 27 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 68 Sr
- Artikel 91 Sr
- Artikel 152 Sv
- Artikel 261 Sv
- Artikel 313 Sv
- Artikel 2 Opw
- Artikel 9 Opw
- Artikel 10 Opw
- Artikel 10a Opw
- Artikel 13 Opw
- Artikel 14 Opw
- Artikel 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën
- Artikel 4 Wet voorkoming misbruik chemicaliën
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 2
- Artikel 8