Rb. Zeeland-West-Brabant 5 februari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ1013

In arbeidsovereenkomst overeengekomen arbitraal beding. Opgeworpen exceptie van onbevoegdheid van kantonrechter in kort geding. Kantonrechter acht zich bevoegd op grond van omstandigheden van het geval (artikel 1022 tweede lid jo. artikel 254 eerste en vierde lid jo. artikel 1051, tweede lid Rv). Op non-actiefstelling van een kinderarts naar aanleiding van een voorval tijdens een avonddienst met een patiente. Vordering in kort geding tot wedertewerkstelling. Spoedeisend belang. Beoordeling van de op non-actiefstelling aan toepasselijk artikel van de CAO Ziekenhuizen en het beginsel van goed werkgeverschap. Kwalificatie van het voorval. Onjuist medisch handelen niet aannemelijk. Wel sprake van het verbaal en fysiek overschrijden van grenzen. Mee te wegen belastende arbeidsomstandigheden. Gegronde reden voor op non-actiefstelling? De zorg en veiligheid van de patiënten en zorg voor een veilige werkomgeving, feitelijk zijnde de vraag naar de kans op herhaling, vormt geen gegronde reden. De ontstane situatie (impact van het voorval in de organisatie en het geschonden vertrouwen) vindt haar oorzaak in het grensoverschrijdende gedrag van de kinderarts, maar, voorlopig oordelend, ziet de kantonrechter ook een taak van de werkgever in het kanaliseren van de impact. Gesteld noch gebleken is dat de werkgever hierin een poging heeft ondernomen. Het spreekt voor zich dat de impact van een voorval, zonder gerichte aanpak, groter wordt. Gebrek aan vertrouwen breed verspreid in de organisatie. Een werkbare situatie is op dit moment niet mogelijk en niet in te schatten is op welke termijn vorderingen in het herstel van vertrouwen kunnen worden gemaakt. Afwijzing wedertewerkstelling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen