Rb. Zeeland-West-Brabant 30 januari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ0337
Niet verdachte was ingevolge de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen als belastingplichtige gehouden gegevens en inlichtingen te verstrekken, maar de rechtspersoon, die als belastingplichtige meerdere keren een aangifte omzetbelasting heeft ingediend en op grond van artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen was het dan ook de rechtspersoon op wie de verplichting rustte als belastingplichtige ten dienste van de belastingheffing inlichtingen te verstrekken. Ook kan verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een derde, als bedoeld in artikel 48 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Dit artikel 48 ziet naar het oordeel van de rechtbank immers niet op de bestuurder van de belastingplichtige vennootschap indien de gegevensdragers zich feitelijk bevinden bij die vennootschap zelf. Artikel 48 ziet juist op situaties waarbij de gegevensdragers zich niet (meer) feitelijk bevinden bij de belastingplichtige zelf, zoals bijvoorbeeld bij een administratiekantoor of boekhoudbureau. Hiervan is geen sprake in dit berechte geval.
De uitspraak op rechtspraak.nl