Rb. Zeeland-West-Brabant 12 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:9568
Herinvesteringsreserve Het uiteindelijke belang in de (achter)kleindochtervennootschappen is in belangrijke mate gewijzigd voordat er aanschaffings- of voortbrengingskosten in de zin van artikel 3.54 Wet IB ter zake van het vervangende onroerend goed zijn gemaakt. Op het moment dat de koopovereenkomsten m.b.t. het vervangende onroerend goed tot stand zijn gekomen, heeft belanghebbende immers nog niet de economische eigendom verkregen. De herinvesteringsreserve bestond derhalve nog op het moment van de belangenwijziging en dient aan de winst te worden toegevoegd op het moment direct voorafgaande aan de belangenwijziging. De ontvoeging van de (achter)kleindochtervennootschappen is na dat moment gelegen, zodat de inspecteur terecht de vrijgevallen herinvesteringsreserve heeft gerekend tot de winst van belanghebbende als moedermaatschappij van de fiscale eenheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl