Rb. Zeeland-West-Brabant 21 februari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:9253

Vermindering bestuurdersaansprakelijkstelling wegens gedeeltelijke tijdige melding: Gelet op schending van het informatierecht van artikel 49, zesde lid, van de IW 1990 is de rechtbank van oordeel dat de meldingstermijn eindigt op twee weken na de vervaldag van de aanslagen. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur uit hoofde van het boekenonderzoek redelijkerwijs had moeten weten dat er sprake was van betalingsproblemen. Nu zowel de ontvanger als de inspecteur werkzaam zijn binnen hetzelfde organisatieonderdeel, kan deze kennis kan worden toegerekend aan de ontvanger (Hoge Raad van 20 juli 1999, LJN: AA2824, en gerechtshof te Amsterdam, 21 oktober 2004, AR4968, beide gepubliceerd op www.rechtspraak.nl). Dit betekent dat voor een aantal van de aanslagen waarvoor belanghebbende aansprakelijk is gesteld, tijdig is gemeld. Nu causaal verband tussen het kennelijk onbehoorlijk bestuur (stelselmatig doen van onjuiste aangiften) en onbetaald blijven van verschuldigde belasting niet aannemelijk is gemaakt, is de aansprakelijkstelling voor de desbetreffende aanslagen vernietigd. Voor zover niet tijdig is gemeld, heeft belanghebbende het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur niet ontzenuwd. Een deel van de aansprakelijkstelling blijft dan ook in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen