Rb. Zeeland-West-Brabant 15 oktober 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:8457
“Veroordeling tot een gevangenisstraf van 30 maanden in verband het verrichten van voorbereidingshandelingen cf. artikel 10 Opiumwet en marktdeelnemerschap in de zin van artikel 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën. De rechtbank merkt het natriumzout van 3-[3’,4’-(methyleendioxy)fenyl]-2-methylglycidezuur , aan als “geregistreerde stof” in de zin van de (EU)-verordeningen 273/2004 en 111/2005 gelet op de volgens het NFI betrekkelijk eenvoudige wijze waarop PMK kan worden vrijgemaakt uit deze stof. Verdachte wordt als marktdeelnemer aangemerkt omdat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte is betrokken bij de uiteindelijke productie van de XTC-pillen, zodat de rechtbank aanneemt dat de PMK bestemd was om te worden afgeleverd aan een ander.”
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10 Sr
- Artikel 27 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 91 Sr
- Artikel 314a Sv
- Artikel 2 Opw
- Artikel 10 Opw
- Artikel 10a Opw
- Artikel 13 Opw
- Artikel 14 Opw
- Artikel 1 WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 87 WED
- Artikel 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën
- Artikel 4 Wet voorkoming misbruik chemicaliën
- Artikel 25 Wet voorkoming misbruik chemicaliën
- Artikel 26 WWM
- Artikel 10.9 Telecommunicatiewet