Rb. Zeeland-West-Brabant 23 januari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:629
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2006. Belanghebbende exploiteerde in de vorm van een vennootschap onder firma met zijn echtgenote drie tankstations. Op 15 december 2005 heeft belanghebbende op een veiling van de Staat voor een bedrag van € 180.000 een huurrecht voor een benzinestation gekocht (hierna: concessierecht). Hij heeft vervolgens een holdingstructuur opgericht en het concessierecht verkocht aan de holdingvennootschap (hierna: de holding). De holding heeft het concessierecht overgedragen aan de dochtervennootschap (hierna: de dochter). De aandelen van de dochter zijn op 2 februari 2006 aan een derde verkocht voor € 1.980.000, waarna de holding aan belanghebbende een bedrag van € 1.800.000 heeft betaald. Volgens belanghebbende heeft hij op de veiling in privé gehandeld, zodat dit voordeel onbelast dient te blijven. De rechtbank is echter met de inspecteur van oordeel dat belanghebbende heeft gehandeld in het kader van zijn onderneming, zodat het concessierecht na aankoop behoorde tot het vermogen van zijn onderneming. Het behaalde voordeel dient te worden aangemerkt als winst uit onderneming. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl