Rb. Zeeland-West-Brabant 2 mei 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:5528
Het renseignement uit 1994 betreffende een Luxemburgse bankrekening staat op naam van belanghebbende en zijn echtgenote, van wie hij in 1998 is gescheiden. De geautomatiseerde identificatie door de FIOD heeft niet geleid tot identificatie van hen als rekeninghouder van deze Luxemburgse bankrekening. Bijna vier jaar later heeft de FIOD hen alsnog als rekeninghouders geïdentificeerd. In geschil is of de navorderingsaanslag voor wat betreft de periode van 1998 tot en met 2004 met voldoende voortvarendheid is vastgesteld. Het gaat daarbij uitsluitend om voormeld tijdsverloop. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een periode van inactiviteit waarvoor de inspecteur geen rechtvaardiging heeft gegeven en die voor rekening van de Belastingdienst dient te komen. De Belastingdienst heeft dan meer tijd gebruikt dan noodzakelijk is, zodat zij onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. De verlengde navorderingstermijn kan dan geen toepassing vinden voor wat betreft voormelde periode. Het gelijk is aan belanghebbende.
De uitspraak op rechtspraak.nl