Rb. Zeeland-West-Brabant 11 juli 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:5231

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan 'grooming' en het in bezit hebben van kinderporno. Zij legt verdachte een maximale taakstraf van 240 uur op en tevens een gevangenisstraf van 338 dagen, waarvan 240 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar, met aftrek van voorarrest. Verdachte moet zich, gedurende zijn proeftijd, houden aan diverse bijzondere voorwaarden. Hij moet zich onder meer ambulant laten behandelen. Ook moet hij meewerken aan het periodiek laten controleren van zijn gegevensdragers en zijn gebruik van sociale media.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen