Rb. Zutphen 14 juni 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BX5051
Verzoek tot schadevergoeding in verband met onrechtmatige inbewaringstelling De burgemeester heeft op 25 januari 2012 de inbewaringstelling van verzoekster gelast. Deze last is niet onrechtmatig (voor de overwegingen wordt verwezen naar de beschikking). De burgemeester heeft de stukken op 26 januari 2012 per fax aan het openbaar ministerie gezonden. Nu de ontvangst is bevestigd door een ontvangstbericht, is deze wijze van verzending gelijk te stellen aan de wettelijk voorgeschreven verzending per aangetekend schrijven. De burgemeester heeft door de stukken op deze wijze te verzenden niet onrechtmatig gehandeld jegens verzoekster. Op basis van het communicatiejournaal is aannemelijk dat het faxbericht de officier van justitie heeft bereikt. Het openbaar ministerie heeft pas actie ondernomen nadat de stukken op 1 februari 2012 opnieuw waren verzonden. De officier van justitie heeft pas op 2 februari 2012 het verzoek om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling bij de rechtbank ingediend. Hierdoor is de last tot inbewaringstelling langer ongetoetst gebleven dan de wet voorschrijft. De officier van justitie heeft in strijd gehandeld met de in artikel 27 lid 1 van de Wet BOPZ voorgeschreven termijn. Die termijn is met zes dagen overschreden. De termijnoverschrijding geeft aanleiding tot een schadevergoeding op basis van voormeld artikel 35 van de Wet BOPZ. De rechtbank heeft op 3 februari 2012 het verzoek van de officier van justitie toegewezen voor de duur van een week (zie JVggz 2012/21), waarbij door de rechter rekening is gehouden met de termijnoverschrijding. Termijnen als die van artikel 27 Wet BOPZ strekken ertoe dat de noodzaak van een voortgezet gedwongen verblijf in een psychiatrische instelling zo spoedig mogelijk door een officier van justitie (en een rechter) wordt beoordeeld. Nu verzoekster te lang verstoken is gebleven van een beoordeling van haar verblijf in de inrichting, is zij in zoverre geschaad in haar belangen. Zij heeft echter haar schade in het geheel niet onderbouwd. Eerder nog zou uit de brief die zij zelf heeft geschreven kunnen worden afgeleid dat zij geen schade heeft geleden. Het verzoek is ten aanzien van de instelling onvoldoende onderbouwd. De verzoeken worden afgewezen. Artikelen: 27 en 35 Wet Bopz
De uitspraak op rechtspraak.nl