Rb. Zutphen 25 juli 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BX4080
Echtscheiding met IPR-aspecten. Rechtsmacht en toepasselijk recht op verblijfplaats kind en kinderalimentatie. De vrouw is met toestemming van de man met hun beider kind naar Virginia vertrokken. Vervolgens verzoekt zij echtscheiding. De rechtbank overweegt dat de verblijfplaats van de minderjarige zich gelet op de omstandigheden van het geval in Viriginia bevindt. De rechtbank kan geen rechtsmacht ontlenen aan het Haags Kinderbeschermingsverdrag, maar wel aan artikel 4 Rv. Nederlands recht is van toepassing. Partijen hebben onvoldoende gedaan om op basis van gelijkwaardigheid te overleggen. Aanhouding verzoeken omtrent hoofdverblijfplaats in afwachting van uitkomst nader overleg. Ter zake van de kinderalimentatie heeft de Nederlandse rechter eveneens rechtsmacht. Het recht van de staat Virginia is van toepassing. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich over de consequenties daarvan nader uit te laten. Ter zake van de verdeling is het verzoek van de vrouw te onbepaald, zodat dit wordt afgewezen. Artikelen: 4 Rv, 827 Rv, 3 EG Verordening 2201/2003 (Brussel II bis), 10:113 BW, 5, 10 en 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag, 4 Haags Alimentatieverdrag, 108.1 en 108.2 Code of Virginia.
De uitspraak op rechtspraak.nl