Rb. Zutphen 9 mei 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5458

In geschil is of de boven- en nawettelijke uitkering terecht buiten het Wet Wia-dagloon zijn gelaten. Een boven- en nawettelijke uitkering betreft wachtgeld in de zin van artikel 6 WW en is - gelet op de Verzamelwet SZW 2012 - op grond van artikel 16, derde lid, van de Wfsv aan te merken als (premieplichtig) loon. Gelet op de Nota van Toelichting bij artikel 2, tweede lid, van het Besluit dagloonregels blijft de bovenwettelijke uitkering, zijnde een aanvulling op de WW-uitkering, bij de dagloonberekening buiten beschouwing. De Wfsv noch de Wet Wia en het Besluit dagloonregels staan er aan in de weg dat de nawettelijke uitkering, die geen aanvulling op de WW-uitkering behelst, bij de vaststelling van het Wet Wia-dagloon in aanmerking wordt genomen. De voorzieningenrechter ziet - mede gelet op de aangehaalde passage uit de Nota van Toelichting - geen aanleiding om onder "aanvullingen op de uitkering" tevens aanvullingen van een overheidswerkgever te begrijpen die zien op de periode na het eindigen van de WW-uitkering. Beroep gegrond en treffen voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen