Rb. Zutphen 10 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1469
Verdachte, een rechtspersoon, is een groothandel in laboratoriumartikelen, chemicaliën, kunstenaars- en restauratiematerialen. Ten laste is gelegd dat verdachte hoeveelheden zoutzuur, zwavelzuur, aceton en tolueen heeft verkocht en geleverd en deze transacties niet heeft gemeld bij de FIOD-ECD in het kader van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (WVMC). Daarnaast is aan verdachte ten laste gelegd voorbereidingshandelingen te hebben gepleegd in het kader van de Opiumwet. De rechtbank spreekt verdachte vrij van overtreding van de WVMC, nu een grote hoeveelheid van 5.000 liter aceton is verkocht en geleverd vóór de ten laste gelegde periode. Voor wat betreft de overige transacties is niet duidelijk wat in de reguliere handel en met name bij verdachte gebruikelijke hoeveelheden zijn en bij welke hoeveelheid verdachte rekening had moeten houden met de mogelijkheid van een verdachte transactie. De rechtbank acht de voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet wel bewezen en veroordeelt verdachte tot een boete.
De uitspraak op rechtspraak.nl