Rb. Zutphen 18 januari 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BV1271

De rechtbank veroordeelt een verdachte (verdachte B) uit Silvolde tot 24 maanden jeugddetentie, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank heeft aan het voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder verplicht reclasseringcontact, ook als dat inhoudt dat veroordeelde verplicht behandelingen dient te volgen. Ook dient de verdachte een schadevergoeding aan het slachtoffer te betalen. De rechtbank heeft in deze strafzaak, gelet op de verstandelijke vermogens van verdachte en diens weinig uitgerijpte ego-ontwikkeling, het advies van de rapporteurs opgevolgd om - ondanks de leeftijd van verdachte- het jeugdstrafrecht toe te passen. Zie uitspraken LJN BV1270 voor verdachte A en BV1272 voor verdachte C. De verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige en naar sadisme neigende feiten. Zij zijn in opgefokte stemming naar de woning van het slachtoffer gegaan waar zij tot dan toe altijd welkom waren. Het slachtoffer beschouwde hen als zijn vrienden. Zonder dat er enig motief is gebleken, hebben verdachte en zijn medeverdachten grof geweld tegen het slachoffer gebruikt. Hij is in zijn woning een aantal keren hard geslagen en vervolgens onder dwang meegenomen naar buiten. Op diverse plekken in Silvolde hebben zij het slachtoffer toegetakeld. Het slachtoffer is meerdere keren hard met een steen geslagen, onder andere op zijn hoofd. Ook is zijn gezicht diverse keren met een stanleymes bewerkt en is er met een stanleymes een snijdende beweging door de hals gemaakt. Het slachtoffer was bang dat hem de keel doorgesneden zou worden. Hij heeft diverse keren verzet geboden, maar is vastgehouden en ook is geprobeerd hem vast te binden met een riem. Toen dat een keer niet lukte, is die riem om zijn hals gedaan en hard aangetrokken. Ook is het slachtoffer meerdere keren hard geschopt en geslagen. In plaats van zich op enig moment te bezinnen en op te houden met hun handelen, hebben verdachte en zijn medeverdachten elkaar tijdens dat gebeuren verder opgefokt en tegen elkaar gezegd dat er een einde aan moest komen, waarmee bedoeld werd een einde aan het leven van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft gehoord dat dit meerdere keren is gezegd en hij heeft ook mede daarom doodsangsten uitgestaan. Hij heeft de verdachte en zijn medeverdachten verzocht op te houden, maar daar trokken zij zich niet van aan. Dat verdachte op enig moment kans heeft gezien te ontsnappen is zijn geluk geweest, waardoor hij het gebeurde heeft overleefd, althans dat is de stellige overtuiging van de rechtbank. Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat de rol van verdachte ten opzichte van die van een medeverdachte in het toepassen van het geweld wat kleiner is geweest. Niet uit te vlakken valt evenwel hierbij, dat verdachte niet alleen zelf geweld heeft toegepast, maar ook heeft gefaciliteerd dat die medeverdachte geweld kon uitoefenen. Deze verdachte wordt vrijgesproken van de brandstichting. Uit de zich in het dossier bevindende verklaringen kan worden opgemaakt dat de twee medeverdachten het plan hebben opgevat om brand te stichten in de woning van aangever en dat zij hun plan ook hebben uitgevoerd. Er is geen bewijsmiddel voorhanden dat uitwijst dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de brandstichting. Zie ook tussenvonnis LJN BU1474 in deze zaak van deze verdachte.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen