Rb. Zutphen 21 december 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BV6262
Het opnieuw opnieuw en op inhoudelijk dezelfde gronden in de onderhavige procedurde vorderien van de ook reeds in de verklaringsprocedure gevorderde veroordeling tot betaling is, tegen de achtergrond van de bestaande overlap tussen de vorderingen, stellingen en argumenten in de beide procedures, onverenigbaar met de aan de figuur van het gezag van gewijsde ten grondslag liggende beginselen, althans moet zulks in ieder geval in strijd worden geacht met een goede procesorde, hoewel strikt genomen van gezag van gewijsde van de in de verklaringsprocedure gegeven beslissing nog geen sprake is. Volgt niet-ontvankelijkverklaring voor zover de vorderingen van eiseressen op een bepaalde stelling zijn gebaseerd. Waar eiseressen stellingen heeft geplaatst in de sleutel van de ongerechtvaardigde verrijking wordt de vordering, onder ambtshalve aanvulling van rechtsgronden, beoordeeld op de grondslag van de pauliana.
De uitspraak op rechtspraak.nl