Rb. Zutphen 23 november 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0491
tijdens het huwelijk hebben (stief)ouders over het vermogen van toen minderjarige kinderen beschikt. In het kader van de boedelscheiding na echtscheding vordert de vrouw ten behoeve van haar (deels inmiddels meerderjarige) kinderen en de man ten aanzien van zijn (deels meerderjarige) kindern een bedrag ter aanzuivering van het spaargeld van de kinderen van de ander. Grondslag voor deze vordering? Vordering tegen elkaar of tegen de boedel? Bewijsopdracht ten aanzien van gestelde afspraken.
De uitspraak op rechtspraak.nl