Rb. Zutphen 15 december 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0486

Partijen zijn met elkaar gehuwd, maar het huwelijk is duurzaam ontwricht en zij wonen gescheiden. Partijen vorderen over en weer dat de ander zich onthoudt van bemoeienis met de (activiteiten van) sportschool. De man heeft gesteld dat sprake is van een vennootschap, terwijl de vrouw zich op het standpunt heeft gesteld dat zij de onderneming voor zichzelf heeft gekocht. De voorzieningenrechter acht het waarschijnlijker dat de bodemrechter een maatschap tussen partijen zal aannemen, nu uit de feitelijke gedragingen van partijen afgeleid kan worden dat partijen - eventueel stilzwijgend - een maatschap hadden gevormd op voet van gelijkheid en met inbreng van ieders activiteiten samenwerkten. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen over en weer af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen