Rb. Zutphen 9 november 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5807
De aandeelhouder die door gedragingen van een of meer mede-aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen wordt geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, kan van die mede-aandeelhouders in rechte vorderen dat zijn aandelen worden overgenomen (artikel 2: 343 lid 1 BW). Een kort geding is daarvoor -behoudens zeer bijzondere omstandigheden- niet de aangewezen weg. Vordering is ook overigens niet voor toewijzing vatbaar, nu niet aannemelijk is dat aan de materiële voorwaarden voor toewijzing van de vordering is voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl