Rb. Zutphen 30 maart 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ0124
Aan eiser, die boer is en eigenaar van landbouwgrond, is een aanslag watersysteemheffing opgelegd. Op grond van artikel 117 van de vernieuwde Waterschapswet zijn eigenaren van landbouwgrond, zoals ook al reeds was bepaald in het oude artikel 117, vijfde lid, van de Waterschapswet, voor wat betreft de kostentoedeling ingedeeld in dezelfde categorie als eigenaren van wegen en andere infrastructuur. Voor eigenaren van natuurterreinen is wel een aparte - gunstige - categorie vastgesteld door de formele wetgever. Die indeling is niet in strijd met artikel 26 van het IVBPR en artikel 14 van het EVRM. Dat artikel 6.6, tweede lid, van het Waterschapsbesluit afwijkt van het in artikel 120, vierde lid, van de Waterschapswet gehanteerde uitgangspunt dat toedeling van kosten plaatsvindt op basis van de waarde in het economische verkeer, noopt voorts niet tot het oordeel dat de aanslag onrechtmatig is opgelegd, nu waardebepaling van wegen en andere infrastructuur op basis van de - gecorrigeerde - vervangingswaarde wel in lijn is met de uitdrukkelijke bedoeling van de formele wetgever. De overige voorgedragen beroepsgronden, die betrekking hebben op de tariefstelling, nopen evenmin tot het oordeel dat sprake is van onredelijke of willekeurige belastingheffing. De door eiser ingeroepen uitlatingen van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat binden verweerder niet. De aanslag is rechtmatig opgelegd. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl