Rb. Zutphen 3 maart 2010, ECLI:NL:RBZUT:2010:BL8065

Uitzendkracht stelt dat hem in 1995 bij inlener, bedrijf2, een arbeidsongeval is overkomen. Uitzendkracht spreekt uitzendbureau alsmede bedrijf2 aan tot vergoeding van schade. Verzekeraar van uitzendbureau vergoedt in 2005 aan uitzendkracht zijn schade, waarna verzekeraar verhaal zoekt op bedrijf2(die inmiddels failliet is). Vordering van uitzendkracht op bedrijf2 is verjaard. De curatoren stellen (met onder meer een beroep op HR 1 april 2005, NJ 2006/377) dat om die reden ook de verhaalsvordering van verzekeraar op bedrijf2 is verjaard. Dat standpunt wordt verworpen. De verhaalsvordering van verzekeraar op bedrijf2 is alleen dan verjaard, indien ook de vordering van uitzendkracht op uitzendbureau zou zijn verjaard op het moment dat de verzekeraar van uitzendbureau de schade aan uitzendkracht heeft vergoed. Dat staat nog niet vast. Indien de verjaring van de vordering van uitzendkracht op uitzendbureau tijdig is gestuit, dient verzekeraar te bewijzen dat uitzendkracht een arbeidsongeval bij bedrijf2 is overkomen. Voor de aansprakelijkheid van bedrijf2 geldende regels van stelplicht en bewijslast. Overgangsrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen