Rb. Zutphen 17 februari 2010, ECLI:NL:RBZUT:2010:BL5717

Na vader overlijdt moeder. Door het overlijden van vader ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen vader en moeder is niet verdeeld. Ook erfenis vader is niet verdeeld. Aan testament vader is geen uitvoering gegeven. Moeder heeft na overlijden vader eigenmachtig op een na alle vermogenbestanddelen uit de huwelijksgemeenschap gehaald en daarover het beheer gevoerd. Eigendomsovergang heeft niet plaatsgevonden. Moeder heeft uitkeringen in contanten gedaan aan de erfgenamen. Dat is geen verdeling in de zin van artikel 3: 182 BW. De successieaangifte naar aanleiding van het overlijden van vader is geen bewijs van verdeling. Verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de erfenis van vader moeten alsnog plaatsvinden, voordat erfenis moeder kan worden verdeeld en het legaat van vruchtgebruik kan worden afgegeven. Afspraak om een gedeelte van de huwelijksgoederengemeenschap niet te verdelen? Testamentiair bewind. Bewindvoeder bevoegd tot verdeling, zonder medewerking van de rechthebbenden? Zaaksvervanging op de voet van artikel 3: 167 BW?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen